Je wilt grondstoffen besparen, materialen hergebruiken of een circulair product op de markt brengen. Een logische stap, want de overheid stuurt aan op een volledig circulaire economie in 2050 en stelt daar serieus geld voor beschikbaar. Maar als je gaat zoeken naar de juiste subsidie loop je tegen een muur aan: de regelingen heten allemaal anders, ze overlappen deels, sommige zijn tenders en andere first-come-first-served, en bijna nergens staat duidelijk welke combinatie voor jouw project het meeste oplevert.
InnoVein helpt bedrijven om het maximale uit het circulaire subsidielandschap te halen. Op no-win-no-pay basis, met een vaste expert die jouw project van begin tot eind begeleidt. Geen succes, geen kosten.
Circulariteit gaat over het slim omgaan met grondstoffen, producten en materialen zodat er zo min mogelijk waarde verloren gaat. In de praktijk vallen heel uiteenlopende projecten onder de noemer circulariteit. Denk aan het ontwikkelen van producten die te repareren of demonteren zijn, het hergebruiken van reststromen uit je productieproces, het vervangen van fossiele grondstoffen door biobased alternatieven, het sluiten van materiaalketens met andere bedrijven, het toepassen van gerecycled plastic in nieuwe producten, of het opzetten van retoursystemen voor verpakkingen of apparaten.
Voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) telt een project als circulair zodra het bijdraagt aan minder primaire grondstoffen, langer behoud van waarde of een gesloten keten. Dat is een brede definitie, en juist daarom kun je voor circulaire projecten putten uit verschillende subsidiepotten.
Er is geen sprake van één centrale circulariteitssubsidie. In plaats daarvan is er een patchwork van regelingen waar circulaire projecten in passen, soms onder een algemene noemer als innovatie of duurzaamheid. Hieronder vind je de belangrijkste regelingen voor 2026 die InnoVein voor jou kan begeleiden.
De MIA geeft je tot 45% extra investeringsaftrek bij investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen die op de jaarlijkse Milieulijst staan. Op die lijst staan veel circulaire investeringen, zoals apparatuur voor demontage, sorteerinstallaties, machines voor het verwerken van gerecyclede materialen, biobased bouwmaterialen en circulaire bedrijfsmiddelen. De Vamil laat je daarnaast 75% van de investering op een zelfgekozen moment afschrijven, wat liquiditeitsvoordeel oplevert.
Voor circulaire investeringen is de Milieulijst je startpunt. Staat jouw bedrijfsmiddel erop, dan kun je via MIA en Vamil een aanzienlijk fiscaal voordeel realiseren. Belangrijk om te weten: de aanmelding moet binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting plaatsvinden.
De VEKI is bedoeld voor industriële bedrijven die investeren in bewezen technieken om hun CO2-uitstoot te verlagen. Daaronder vallen ook circulaire investeringen, bijvoorbeeld in installaties die reststromen omzetten in grondstoffen, in apparatuur voor het recyclen van materialen of in procesveranderingen die primair grondstoffenverbruik reduceren.
VEKI is een tenderregeling, wat betekent dat aanvragen onderling worden vergeleken op kwaliteit. Een sterke onderbouwing van de circulaire businesscase is daarmee doorslaggevend.
De DEI plus richt zich op pilot- en demonstratieprojecten van energie-, klimaat- en circulaire innovaties. Recyclingprojecten, het geschikt maken van installaties voor gerecycled materiaal, of het demonstreren van een circulair productieproces vallen er nadrukkelijk onder. Voor mkb-bedrijven kan tot 50% van de subsidiabele kosten vergoed worden, voor grootbedrijven minder.
Deze regeling is interessant als je circulaire technologie verder wilt brengen dan een lab- of haalbaarheidsfase, richting een werkende demonstratie in de praktijk.
De WBSO is een fiscale tegemoetkoming op de loonkosten van medewerkers die werken aan technisch nieuwe producten, processen of programmatuur. Werk je aan een nieuw recyclingproces, ontwikkel je een product dat te demonteren is voor hergebruik, of onderzoek je hoe een biobased materiaal vergelijkbaar kan presteren als een fossiel alternatief? Dan komt dat ontwikkelwerk vaak in aanmerking voor WBSO.
WBSO is een van de meest gebruikte subsidies in Nederland en goed combineerbaar met andere regelingen, omdat het een loonkostenvoordeel betreft en geen projectsubsidie.
STCB is voor bedrijven in de kunststofketen die bio-based of gerecyclede polyesters in hun eigen productie willen uittesten. Je krijgt 50% van de testkosten vergoed, tot 25.000 euro per project. In 2026 is de regeling flink verruimd: het budget ging naar 4 miljoen euro en ook grote bedrijven mogen nu voor het eerst meedoen. Aanvragen kan tot 22 oktober 2026, voor maximaal twee projecten per bedrijf.
De MIT subsidie ondersteunt mkb-bedrijven die samen met andere mkb-ers werken aan een innovatieproject. Circulaire ketenprojecten passen daar uitstekend in: bedrijven die elkaars reststromen benutten, samen een nieuw product ontwerpen of gezamenlijk een circulair proces opzetten kunnen via MIT R&D financiering krijgen voor hun samenwerkingsproject.
De MIT-regeling wordt jaarlijks per provincie opengesteld en kent regionale verschillen in voorwaarden en budgetten.
De EIA geeft je 40% extra fiscale aftrek bij investeringen in energiebesparende technieken. Bij circulaire projecten is de EIA relevant zodra je investering aantoonbaar leidt tot energiebesparing, bijvoorbeeld bij warmteterugwinning uit processen, hergebruik van proceswater of efficiënte productie met gerecyclede grondstoffen die minder energie vragen dan primaire grondstoffen.
Loopt jouw circulaire innovatie en lever het je inkomsten op? Dan kun je via de Innovatiebox een verlaagd vennootschapsbelastingtarief van 9% toepassen op de winst die je met die innovatie behaalt, in plaats van het reguliere tarief. Voorwaarde is dat de innovatie eerder via WBSO is erkend.
Het circulaire subsidielandschap heeft drie kenmerken die het lastig maken om als ondernemer zelf vat op te krijgen.
Ten eerste de versnippering. Circulariteit zit niet in één regeling maar verspreid over innovatie-, duurzaamheids- en industriesubsidies. Wie alleen kijkt naar de regelingen met circulair in de titel laat het meeste geld liggen.
Ten tweede de combinatieregels. WBSO is goed combineerbaar, MIA en EIA niet voor hetzelfde bedrijfsmiddel, en sommige regelingen sluiten elkaar onderling uit. Wie de verkeerde combinatie kiest, mist tienduizenden euro’s. Een goede adviseur rekent verschillende scenario’s door om het optimum te vinden.
Ten derde de bewijslast. RVO accepteert niet zomaar dat een project circulair is. Je moet kunnen onderbouwen waarom je project bijdraagt aan minder primaire grondstoffen, langer waardebehoud of een gesloten keten. Een aanvraag zonder gedegen circulaire onderbouwing wordt afgewezen, ongeacht hoe goed het project op zich is. Ook tijdens de administratie na toekenning laten we je niet los: met advies en templates houd je de circulaire onderbouwing moeiteloos op orde.
Een vaste expert van InnoVein neemt het hele subsidietraject van je over. We brengen eerst in kaart welke regelingen voor jouw circulaire project relevant zijn en welke combinatie financieel het meeste oplevert. Vervolgens schrijven we de aanvraag, onderbouwen we de circulaire impact volgens de eisen van de subsidieverstrekker en bewaken we deadlines en het hele communicatietraject met RVO of de uitvoeringsinstantie. Bij toekenning blijven we betrokken voor de verantwoording en eventuele tussenrapportages.
InnoVein werkt uitsluitend op no-win-no-pay basis. Je betaalt pas wanneer er daadwerkelijk subsidie binnenkomt. Geen resultaat, geen factuur.
Er zijn meerdere regelingen waar circulaire projecten in passen. De belangrijkste in 2026 zijn MIA en Vamil voor circulaire investeringen op de Milieulijst, VEKI voor industriële circulaire investeringen, DEI plus voor demonstratieprojecten, WBSO voor R&D, MIT R&D voor samenwerkingsprojecten en de Innovatiebox voor fiscale beloning op winst uit circulaire innovaties. Daarnaast zijn er specifieke RVO-regelingen zoals Circulaire Ketenprojecten en EKOO voor onderzoek en opschaling.
Onder circulair ondernemen vallen activiteiten die bijdragen aan minder primair grondstoffenverbruik, langer waardebehoud van producten of een gesloten materiaalketen. Voorbeelden zijn het hergebruiken van reststromen, ontwerpen voor demontage, toepassen van gerecyclede of biobased materialen, opzetten van retoursystemen, repareren in plaats van vervangen en het delen of verhuren van producten in plaats van verkopen.
Ja, voor de toepassing van biobased materialen zijn meerdere regelingen relevant. De Vabiola is specifiek gericht op het gebruik van biobased en hernieuwbare grondstoffen. Daarnaast staan veel biobased bedrijfsmiddelen op de jaarlijkse Milieulijst, waardoor je via MIA en Vamil fiscaal voordeel kunt realiseren. Voor onderzoek aan biobased toepassingen kun je WBSO of EIP inzetten.
Combineren van regelingen is vaak mogelijk, maar niet altijd. Voor hetzelfde bedrijfsmiddel mag je MIA en EIA niet beide claimen. MIA en VEKI sluiten elkaar in principe niet uit, maar de subsidiabele kosten mogen niet dubbel worden vergoed. Een adviseur rekent de scenario’s vooraf door zodat je weet welke combinatie het meeste oplevert.
Dat verschilt per regeling. WBSO meld je aan vóór de start van het ontwikkelwerk. MIA en EIA moet je binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting aanmelden. VEKI en DEI plus zijn tenderregelingen met vaste indieningsperiodes. Vabiola en MIT kennen jaarlijkse openstellingen. Wie te laat is, mist de subsidie ongeacht de kwaliteit van de aanvraag.
Het verzilveren van subsidies voor circulariteit is een combinatievraagstuk. Welke regelingen passen bij jouw project, hoe je ze slim stapelt en wanneer je ze indient bepaalt hoeveel financiering je uiteindelijk binnenhaalt. Dat is precies waar wij voor zijn. Via een gratis subsidiescan brengen we in beeld wat er voor jouw circulaire project mogelijk is en welke route financieel het sterkst is.
Neem vrijblijvend contact op of vraag een subsidiescan aan.
Circulariteit overlapt vaak met andere subsidiedomeinen. Werk je aan een breder verduurzamingsproject met focus op energie of CO2, kijk dan naar onze pagina over subsidies voor verduurzaming. Ben je bezig met productontwikkeling waarin circulariteit een rol speelt, dan is onze pagina over subsidie voor productontwikkeling relevant. Wil je een breder beeld van wat er mogelijk is, bekijk dan ons volledige overzicht van subsidies voor innovatie.
Onze experts helpen je graag verder.